Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 40 §3-41 2°, houdende specifieke bevoegdheid van de gemeenteraad tot goedkeuring en vaststelling van gemeentelijke reglementen;
Historiek APV en opeenvolgende evaluaties
Op 11 juni 2012 werd een volledig vernieuwde algemene politieverordening (APV) goedgekeurd, thematisch opgedeeld in 8 titels; Dit APV kwam tot stand na uitvoerig overleg met een arrondissementele werkgroep waarbij 22 gemeenten van het gerechtelijk arrondissement Kortrijk deel uitmaakten, 6 politiezones, en waarbij ook het Parket deelnam aan de besprekingen. Deze algemene Politieverordening is opgebouwd uit een algemeen deel, een zonaal deel (geldig enkel voor de PZ Grensleie), alsook een lokaal deel (bepalingen enkel geldend in Menen). Er wordt gestreefd naar een zoveel mogelijk uniforme aanpak in de PZ Grensleie. Wijzigingen worden in een intergemeentelijke werkgroep besproken en met de politie overlegd.
Gezien de algemene politieverordening geen statisch gegeven is, doch een evolutief instrument voor bestuurlijke handhaving, werd van bij aanvang een regelmatige evaluatie vooropgesteld, in het licht van actualisaties, wijzigende prioriteiten of nieuwe wetgeving;
Gelet op de eerder doorgevoerde wijzigingen van de Algemene Politieverordening na meerdere evaluaties reeds sinds 2012 door de stad Menen en PZ Grensleie, waarvan volgend overzicht:
10e evaluatie n.a.v. nieuwe Strafwetboek
Overwegende dat n.a.v. de recente wijziging van de Strafwet, in werking getreden per 01 september 2026, diverse artikelen opnieuw in evaluatie dienden te worden genomen; dit vormt de 10e evaluatie sinds de vernieuwing van het APV in 2012;
Door de intergemeentelijke werkgroep APV vergelijking gemaakt van het bestaand APV en nieuwe SW. Dit betreft samengevat :
DEEL 1
DEEL 2
Overwegende in het bijzonder de wijziging inzake het artikel 185 met betrekking tot verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte, dat als gemengde inbreuk aangepast omschreven wordt in het nieuwe Strafwetboek.
Overwegende dat artikel 185 bis (beledigingen) en artikel 185ter (diefstal en poging tot diefstal) worden opgeheven (deze gemengde inbreuken zullen door het Parket voortaan uitsluitend strafrechtelijk worden vervolgd en dienen aldus niet opgenomen te worden in de APV- cfr. afspraken in het protocol)
Overwegende in het bijzonder de wijziging inzake het artikel 38 met betrekking tot verbod op nachtlawaai, dat niet meer is opgenomen in het nieuwe Strafwetboek (gedepenaliseerd); Om de openbare rust, veiligheid en leefbaarheid te vrijwaren op het grondgebied van de gemeente dient nachtlawaai specifiek als inbreuk te worden opgenomen in het APV. De strafwet heeft deze bepaling immers geschrapt en gedepenaliseerd. indien dit nu niet in het gemeentelijk reglement APV wordt opgenomen, is nachtlawaai geen specifieke kwalificatie meer, waarbij aspect nacht een verzwarende factor is, maar geldt louter art 37 nog (algemene voorzorgplicht bij lawaai), de tekst van art. 37 werd verfijnd; artikel 38 (nachtlawaai, tussen 22u en 06u) wordt daarom expliciet opgenomen in het APV als overlast; Artikel 196 (inzake Werktuigen, grasmaaiers, e.d.) wordt opgeheven (want zit nu vervat in gewijzigd artikel 38- nachtlawaai);
Overwegende in het bijzonder de wijziging inzake titel 3, hoofdstuk 8 (vandalisme), nl.de wijziging van de artikelen 93 en volgende met betrekking tot feitelijkheden enerzijds, en vandalisme en graffiti, die gemengde inbreuken blijven, maar naargelang verzwarende bestanddelen (met ernstige schade tot gevolg, of aan een goed met bijzonder belang) een andere bestraffing kennen;
De nieuwe omschrijving van vandalisme leidt tot wegvallen van heel wat vroegere artikelen uit het APV, welke nu allemaal binnen deze nieuwe ruime omschrijving van vandalisme vallen. Als gevolg van de depenalisatie van die misdrijven door het nieuwe SW, worden deze misdrijven voortaan in het APV opgenomen, zodat overtreding ervan wel nog strafbaar kan zijn.
Overwegende in het bijzonder de wijziging inzake het artikel 137 met betrekking tot verbod op dempen van grachten, dat niet meer is opgenomen in het nieuwe Strafwetboek (gedepenaliseerd);
Overwegende algemeen dat bij gemengde inbreuken de verwijzingen naar het (nieuwe) Strafwetboek zijn afgestemd op de nieuwe artikelen NSW (zoals bij vandalisme, feitelijkheden, enz...).
Overwegende de eerdere principebeslissing van het college burgemeester en schepenen dd. 25.02.2026, tot invoeging bepaling waarbij de modaliteiten werden uitgewerkt om het begraven/bijzetten van een urne van een gezelschapsdier op de gemeentelijke begraafplaatsen te Menen mogelijk te maken; Gelet op het voorstel tot invoeging in Titel 5: dieren
Overwegende ook het voorstel vanwege de sanctionerend ambtenaar tot aanpassing art. 213 inzake aanplakking, zodat hierover nader duidelijkheid aan immo-kantoren kan worden gegeven, en zodat talloze neusborden na verkoop niet onnodig langer dan 14 dagen blijven hangen, als verdoken vorm van publiciteit, wat ervoor zorgt dat het straatbeeld niet mooi oogt; Gelet op het voorstel tot wijziging (lokaal) in Titel 3: Openbare orde en veiligheid op de openbare weg - hoofdstuk Aanplakkingen :
Eveneens wordt de tekst van art. 206bis (lokaal) zoals eerder al gewijzigd bij gemeenteraadsbeslissing dd. 15.05.2024 (inzake hoofdelijke aansprakelijkheid bij onvergunde inname openbaar domein)inzake layout verduidelijkt, dit op verzoek van de sanctionerend ambtenaar.
Adviezen en overleg
Bij deze 10e evaluatie wordt opnieuw zoveel als mogelijk zonale uniformiteit nagestreefd als uitgangspunt; behoudens uitdrukkelijk aangeduid als 'lokaal' toepasselijk, gelden de bepalingen in de algemene politieverordening minstens zonaal en zijn deze op eenzelfde wijze geformuleerd ;
Gelet op het zonaal overleg binnen de werkgroep APV, in functie van zonale uniformiteit en onderlinge afstemming;
Gelet op de voorafgaande besprekingen omtrent de voorgestelde aanpassingen, zowel met politiediensten, alsook met diverse betrokken diensten van de stad (dienst Omgeving, Dienst Veiligheid en Samenleven, Burgerzaken, juridische dienst, sanctionerend ambtenaar en dienst GAS). Overwegende dat deze voorstellen tot aanpassing gunstig werden geadviseerd;
Gelet op de eerdere beslissing van het college van burgemeester en schepenen stad Menen dd. 25.02.2026 inzake mogelijkheid tot bijzetten van de asurne van een gezelschapsdier, als nieuw artikel in te voegen in het APV, titel 5 (Dieren);
Gelet op de communicatie hierover met het parket en de referentiemagistraat GAS; Gelet op het modelprotocol zoals voorzien als bijlage bij de arrondissementele omzendbrief parket ARROB 2024/05 dd. 20.02.2024 (gewijzigd op 26.05.2026); Overwegende dat gemengde inbreuken zoals beledigingen, zegelverbreking, gewelddaden, diefstal (bij schade +1.000 €) door het parket zullen worden vervolgd, en daarom niet worden opgenomen in de algemene politieverordening van de stad Menen. Enkel het verbod op gezichtsbedekking en vandalisme wordt nog weerhouden om via GAS af te handelen, alsook art. 18 van de wet op openingsuren;
Gelet op het voorafgaand overleg met de politiediensten;
Gelet op de bespreking in het politiecollege op 15.06.2026, het overleg in de werkgroep APV en de terugkoppeling naar het eerstvolgend politiecollege op 24.08.2026;
Gelet op het gunstig advies verleend door aan de Jeugdraad Menen dd. 25.06.2026; dit advies is wettelijk is vereist door de GAS-wetgeving , en betreft een niet bindend doch wel verplicht advies, in het bijzonder in alle zaken welke een impact hebben op jongeren;
Onmiddellijke inwerkingtreding APV- aansluitend aan de inwerkingtreding van het nieuw strafwetboek (NSW) op 01.09.2026.
Om niet het risico te lopen om na 01 september 2026 in een periode van straffeloosheid te komen, is het ten zeerste aangewezen dat de gemeente voor de - als gevolg van de nieuwe strafwet- gedepenaliseerde inbreuken of de nieuwe /vernieuwde gemengde inbreuken - de passende strafbepalingen zo spoedig opneemt in haar Algemene politieverordening, en de wijzigingen APV onmiddellijk in werking treden, parallel met de inwerkintreding van het nieuwe strafwetboek;
Voorliggende wijzigingen van het APV werden eveneens opgenomen in een vernieuwd afsprakenkader met het Parket, zijnde het nieuwe protocolakkoord met het Parket, dat in zitting van het college van burgemeester en schepenen dd. 19.08.2026 werd goedgekeurd. Dit protocol legt de afspraken vast tussen de stad, de politie en het parket inzake het vervolgingsbeleid van inbreuken op het APV, meer bepaald voor de gemengde inbreuken (GAS 2-GAS3); dit vernieuwde protocol met het parket wordt heden eveneens aan de gemeenteraad ter bekrachtiging worden voorgelegd;
Voorliggende wijzigingen werden voorgelegd aan het politiecollege in zitting van 15 juni 2026, en navolgend eveneens in zitting van 24 augustus 2026 voor finale afstemming;
Overwegende dat - na de goedkeuring door de gemeenteraad - een gecoördineerde tekst van politieverordening, inclusief alle diverse bijlagen geactualiseerd, zal worden uitgewerkt voor publicatie op de website, met oog op de leesbaarheid en beschikbaarheid van een totaalreglement APV; deze administratieve coördinatie staat los van de inwerkingtreding van de voorliggende wijzigingen;
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 19 augustus 2026;
Artikel 1: De algemene politieverordening (APV) met invoering van gemeentelijke administratieve sancties (GAS) zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 11 juni 2012 en latere wijzigingen door de gemeenteraad ten gevolge van diverse evaluaties door de gemeenteraad, wordt gewijzigd. De gemeenteraad keurt de wijzigingen, aanvullingen of invoeging van nieuwe bepalingen, goed.
Artikel 2: Volgende artikelen in de Algemene Politieverordening (APV) worden ten gevolge van huidige evaluatie als volgt gewijzigd:
1. Artikel 27 van de algemene politieverordening (bemiddelingsprocedure) wordt aangevuld en gewijzigd als volgt (al. 2):
Artikel 27
De documenten die worden opgemaakt en de mededelingen die worden gedaan tijdens de bemiddelingsprocedure zijn vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangewend in een gerechtelijke of administratieve procedure of enige andere procedure voor het oplossen van conflicten en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis.
Onverminderd de verplichtingen die de wet hem opleggen, mag de bemiddelingsambtenaar de feiten waarvan hij uit hoofde van zijn ambt kennis krijgt niet openbaar maken. Evenmin mag hij optreden als getuige in een burgerrechtelijke of administratieve procedure met betrekking tot feiten waarvan hij kennis krijgt uit hoofde van zijn ambt. Artikelen 352 en 353 van Boek II van het Strafwetboek zijn op hem van toepassing.
Partijen kunnen niet worden gehouden aan de door hen tijdens de bemiddeling ingenomen standpunten en voorstellen, alsmede de door hen aan de bemiddelaar of aan de andere partij gedane mededeling van welke aard en op welke wijze ook, behoudens hetgeen tussen hen werd overeengekomen in een bemiddelingsovereenkomst, waarin het akkoord tussen partijen werd vastgelegd.
2. Artikel 29 van de algemene politieverordening (in titel 3 : begrippenkader) wordt aangevuld en gewijzigd als volgt:
3. Artikel 185 van de algemene politieverordening wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 185 ‘Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte ‘ - licht gemengde inbreuk– volgens art. 423 SW
§ 1 Het is, zoals bepaald in artikel 423 van het Strafwetboek, behoudens andersluidende wetsbepalingen, verboden zich opzettelijk in de voor het publiek toegankelijke plaatsen te begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.
De overtreding van het eerste lid van dit artikel wordt gesanctioneerd overeenkomstig de strafbepalingen van deze verordening, vermeld in deel 1.
§ 2 Het verbod opgenomen in paragraaf 1 geldt niet, zoals bepaald in artikel 424 van het Strafwetboek, voor hen die zich krachtens arbeidsreglementen of politieverordeningen naar aanleiding van feestactiviteiten in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat ze niet herkenbaar zijn.
De overtreding van dit artikel wordt gesanctioneerd overeenkomstig de strafbepalingen van deze verordening, vermeld in deel 1.
4. Artikel 37 van de algemene politieverordening wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 37
§1. Het is verboden, zowel binnenshuis of op private grond als in de openlucht op het openbaar domein geluid te veroorzaken dat redelijkerwijze de rust van de buurtbewoners zou kunnen verstoren of hen redelijkerwijze zou kunnen storen in het rustig en normaal genot van hun eigendom of bezit, dan wel de openbare orde en rust op openbare plaatsen in het gedrang zou kunnen brengen.
§2. De feitelijke gebruiker van een voorwerp en de begeleider van een dier zijn objectief aansprakelijk voor de geluidsoverlast die dit voorwerp of dier - hetzij ongewild- veroorzaken.
5. Artikel 38 van de algemene politieverordening wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 38 (‘nachtlawaai’)
§1 Het is verboden nachtlawaai te veroorzaken of toe te laten tussen 22.00 uur en 06.00 uur, wanneer dit:
Bovenstaande betreft een niet-limitatieve opsomming.
De bepalingen zijn van toepassing op alle natuurlijke en rechtspersonen.
Op zondagen en wettelijke feestdagen geldt dit verbod zoals bepaald in het eerste lid tussen 22.00 uur en 09.00 uur.
§2 Onder nachtlawaai wordt verstaan:
6. Een artikel 38 bis wordt ingevoegd als volgt
De bepalingen van artikel 37 en 38 zijn niet van toepassing op:
Deze uitzonderingen gelden enkel voor zover de hinder tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt.
Artikel 43 Draaiende houden van voertuigen:
Het is verboden 's nachts (tussen 22 uur en 06 uur) om voertuigen of hun toebehoren met koelinstallaties draaiende te houden terwijl het voertuig * geparkeerd staat en dit op minder dan 200 meter van de bewoning.
Artikel 93 (‘feitelijkheden’)
§1. Het is verboden om feitelijkheden te plegen, opzettelijk doch zonder het oogmerk om te beledigen.
Onder feitelijkheden wordt begrepen:
Dit betreft een niet limitatieve opsomming.
§2 Het is verboden voorwerpen of substanties die zouden kunnen bevuilen of schade zouden kunnen veroorzaken, tegen of op andermans (roerende of onroerende) goederen te werpen of te storten;
10. Artikel 94 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt :
Artikel 94 – ‘vandalisme' - licht gemengde inbreuk- volgens art 514 nieuw SW
Het is, zoals bepaald in artikelen 514 en 515 van het strafwetboek, verboden om vandalisme te plegen.
Onder vandalisme wordt verstaan alle opzettelijk op enig goed dat aan een ander toebehoort gestelde gedraging die bestaat in het vernielen, het beschadigen, het onbruikbaar maken of het aanbrengen van graffiti zonder toestemming.
11. Artikel 95 van de algemene politieverordening wordt vervangen als volgt:
Artikel 95 - zwaar gemengde inbreuk- volgens art 516 EN 517 nieuw SW
§1 Het is zoals bepaald in art 516 van het strafwetboek, verboden om vandalisme met ernstige schade tot gevolg te plegen.
§2. Het is zoals bepaald in art 517 van het strafwetboek, verboden om vandalisme te plegen aan een goed met bijzonder belang.
§3. Als goed met een bijzonder belang wordt beschouwd een gebouw, maatschappelijke infrastructuur, een vervoermiddel, één of meerdere bomen, een bos, een natuurgebied, een boomgaard of een akker.
Voor de omschrijving van ‘vandalisme’ wordt verwezen naar hierboven genoemde omschrijving in artikel 94.
12. Artikel 96 van de algemene politieverordening wordt vervangen als volgt:
Artikel 96
Het is verboden grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, te verplaatsen of te verwijderen.
13. Artikel 137 van de algemene politieverordening (inzake dempen van grachten) wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 137
Het is verboden geheel of ten delen grachten te dempen, op te vullen of te verleggen tenzij hiervoor een vergunning werd verleend door de bevoegde overheid of de werken vrijgesteld zijn van vergunning. De grachten die wederrechtelijk werden opgevuld of verlegd, zullen op kosten van de overtreder in hun oorspronkelijke staat hersteld worden.
14. Volgende artikelen van de algemene politieverordening worden opgeheven :artikel 97, artikel 97bis, artikel 99, artikel 100, artikel 185bis, artikel artikel 185ter, artikel 196, artikel 296bis en artikel 296ter
15. Een nieuw artikel 429 (lokaal)van de algemene politieverordening wordt ingevoegd als volgt:
Hoofdstuk 8 BEGRAVEN OF BIJPLAATSEN URNE OVERLEDEN GEZELSCHAPSDIER
Artikel 429 (lokaal)
De urne met as van één of meerdere gecremeerde gezelschapsdieren kan:
1° samen met de overledene in de doodskist worden geplaatst en begraven;
2° samen met de in een lijkwade gehulde overledene worden begraven;
3° samen met de urne van de overledene in het urnenveld worden begraven;
4° samen met de urne van de overledene in het columbarium worden geplaatst.
Het verstrooien van de as van overleden gezelschapsdieren is niet toegestaan op de begraafplaats.
Bijplaatsing is enkel mogelijk op het moment van de begraving of de bijzetting van de urne van een overledene.
Met gezelschapsdier wordt elk dier dat tam is en traditioneel in huis wordt gehouden voor gezelschap of emotionele steun, bedoeld.
Er dient vooraf een aanvraag te worden ingediend via de burgerlijke stand, die een register bijhoudt. Bij aanvraag moet tevens een attest van het crematorium betreffende de crematie van het gezelschapsdier worden voorgelegd.
De urne met as van één of meerdere gecremeerde gezelschapsdieren kan enkel worden bijgeplaatst in een concessie.
Per kist, columbarium of urnengraf kan slechts één urne worden bijgezet.
De urne met as van één of meerdere gecremeerde gezelschapsdieren moet worden aangeleverd in een biologisch niet afbreekbare urne die duidelijk herkenbaar gemarkeerd is.
De urne van een gezelschapsdier mag geen plaats innemen die bestemd is voor bijzetting van een urne van een overledene. Indien onvoldoende plaats beschikbaar is voor bijzetting, dient de urne door de familie te worden teruggenomen.
Bij opgraving volgt de as van het gecremeerde gezelschapsdier de bestemming van de kist of de urne van de overleden eigenaar.
Bij opgraving dient de as van gezelschapsdieren gescheiden te worden van de menselijke resten. Het is niet toegelaten de as van het gezelschapsdier uit te strooien op de strooiweide
Artikel 206bis (lokaal)
§1 Bij onvergunde inname van het openbaar domein of inname in strijd met de algemene en specifieke toelatingsvoorwaarden, worden als overtreders beschouwd in voornoemde volgorde doch hoofdelijk aansprakelijk en verantwoordelijk voor alle kosten hieraan verbonden:
Artikel 213 (lokaal)
Aanplakking m.b.t. de verkoop of verhuur van onroerende goederen is enkel toegelaten voorzover:
Artikel 3 : De beslissing tot wijzigingen van diverse artikelen in de Algemene Politieverordening van de stad Menen, zal bekendgemaakt worden zoals voorzien in de bepalingen van artikel 119 Nieuwe Gemeentewet, artikel 285-289 Decreet Lokaal Bestuur, en overeenkomstig artikel 15 van de Wet van 24 juni 2013 (GAS-wet en latere wijzigingen). Dat gebeurt door publicatie op de gemeentelijke website en het digitaal webportaal en digitale doorzending aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 4: Deze wijzigingen in de Algemene Politieverordening (APV) treden onmiddellijk in werking, onmiddellijk aansluitend op de inwerkingtreding van de Nieuwe Strafwet (op 01.09.2026 inwerking getreden)
Artikel 5: Alle overtredingen op deze politieverordening worden behandeld conform de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen. Inbreuken zijn onderworpen aan de sancties van huidige politieverordening (Gemeentelijk Administratieve Sancties).
Artikel 6: Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de coördinatie van deze gemeenteraadsbeslissing en opmaak van de gecoördineerde tekst Algemene Politieverordening (APV) Stad Menen.
Artikel 7: Afschrift van deze gemeenteraadsbeslissing tot wijziging van Algemene Politieverordening (APV) zal worden overgemaakt ter kennisgeving aan: