Decreet Lokaal Bestuur, artikel 56 §1 houdende algemene bevoegdheid van het college ven burgemeester en schepenen inzake voorbereiding van gemeenteraadsdossiers;
historiek en context
De GAS-wet van 24 juni 2013 geeft steden en gemeenten de mogelijkheid administratieve sancties (verder 'GAS' genoemd) op te leggen voor gemeentelijke overtredingen, met enkele uitzonderingen voor bestaande strafrechtelijke sancties. Artikel 3 maakt het mogelijk om bepaalde misdrijven zowel strafrechtelijk als administratief te sanctioneren. Deze gemengde inbreuken zijn onderverdeeld in GAS 2, 3 en GAS-4.
De toepassing van gemeentelijke administratieve sancties (GAS 4) op overtredingen zoals stilstaan en parkeren geeft steden meer controle over hun mobiliteitsbeleid en de aanpak van parkeeroverlast. Sinds 2020 past de stad Menen gemeentelijke administratieve sancties (GAS 4) toe op overtredingen zoals stilstaan en parkeren. Dit kadert ook binnen het zonaal beleid inzake parkeerovertredingen van de politiezone PZ Grensleie.
Specifiek gaat het over:
Sancties kunnen alleen worden opgelegd als:
Deze inbreuken vallen onder de GAS4-procedure en worden vastgesteld door politie en gemeenschapswacht-vaststellers. De sanctionerend ambtenaar legt boetes op:
Naar aanleiding van het vernieuwde protocol met het Parket West-Vlaanderen, dat heden door het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd, dienen ook enige aanpassingen te gebeuren in de bijzondere politieverordening op stilstaan en parkeren.
Aanpassingen aan BPV inzake stilstaan en parkeren
Laatste wijziging van deze bijzondere politieverordening (BPV) inzake stilstaan en parkeren dateert van 2024. Beperkte aanpassingen zijn noodzakelijk om actueel te zijn volgens het vernieuwde protocolakkoord afgesloten met het Parket West-Vlaanderen, dat heden 19.08.2026 door het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd.
De voorgestelde wijzigingen stemmen de bijzondere politieverordening inzake stilstaan en parkeren van Menen ook af op het model en voorstel van het Parket (conform bijlage 2 bij voorstel vernieuwd protocol ARROB-WVL 2024-05);
Artikel 1: De Bijzondere Politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en inzake stilstaan en parkeren voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 (verkort "Bijzondere Politieverordening Stilstaan en Parkeren") zoals eerder goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 november 2020 en laatst gewijzigd door gemeenteraadsbeslissing van 4 september 2026, wordt gewijzigd.
Artikel 2: De gemeenteraad keurt de wijzigingen goed. Volgende artikelen in deze Bijzondere Politieverordening (BPV) Stilstaan en parkeren worden als volgt gewijzigd:
1. Artikel 1 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Deze bijzondere politieverordening geeft uitvoering aan artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen (hierna GAS-wet), dat bepaalt dat de gemeenteraad voor de inbreuken opgesomd in het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen, kan voorzien in gemeentelijke administratieve sancties.
Deze bijzondere politieverordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Wevelgem met uitsluiting van de autosnelwegen die dit grondgebied doorkruisen.
2. Artikel 6 van de bijzondere politieverordening wordt geschrapt.
3. Artikel 9 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 9 Stilstaan of parkeren op een berm
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
• Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;
• Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
• Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
• Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan worden opgesteld;
• Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
- de zijdelingse strook,
- de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is;
• Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:
- de zijdelingse strook of
- de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.
4. Artikel 11 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 11 Opstelling fietsen en tweewielige bromfietsen
Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op de plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in de artikelen 70.2.1, 3°, f en 77.5, 2de lid van voormeld koninklijk besluit.
De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.
5. Artikel 13 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 13 Stilstaan en parkeren op plaatsen waar gevaar veroorzaakt kan worden of onnodige hinder zou veroorzaken
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;
5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
6. Artikel 14 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 14 Parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 25.1, 1°, 2°, 3°, 5°, 8° tot 13° van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Het is verboden een voertuig te parkeren:
1° Op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2° Op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3° Voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
4° Op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
5° Buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;
6° Op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;
7° Op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
8° Op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
9° Op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
10° Buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt.
11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
7. De titel van artikel 16 van de bijzondere politieverordening wordt integraal gewijzigd als volgt:
Artikel 16. Parkeren onrijvaardige motorvoertuigen en aanhangwagens.
8. Artikel 17 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 17. Parkeren auto’s, slepen en aanhangwagens met een MTM van meer dan 7,5 ton
Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto’s, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.
Artikel 22 Stilstaan en parkeren op witte markering parkeerstrook
Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
8. Artikel 26 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 26 Verbod op inhalen in fietsstraat en/of fietszone
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111 (begin fietsstraat en/of fietszone), behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
9. Artikel 30 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
De inbreuken op de artikelen uit hoofdstuk 4 van deze bijzondere politieverordening worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2, §1 van het koninklijk besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen.
10. Artikel 31 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
De inbreuken op de artikelen uit hoofdstuk 5 van deze bijzondere politieverordening worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2, §2 van het koninklijk besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen.
11. Artikel 38 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Onderhavige bijzondere politieverordening treedt onmiddellijk in werking.
Artikel 3: Deze beslissing tot wijzigingen in de Bijzondere Politieverordening Stilstaan en Parkeren, diverse artikelen, zal bekendgemaakt worden zoals voorzien in de bepalingen van artikel 119 Nieuwe Gemeentewet, artikel 285-289 Decreet Lokaal Bestuur, en overeenkomstig artikel 15 van de Wet van 24 juni 2013 (GAS-wet) en latere wijzigingen. Dat gebeurt door publicatie op de gemeentelijke website en het digitaal webportaal, en digitale doorzending aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 4: Deze wijzigingen in de Algemene Politieverordening(APV) treden onmiddellijk in werking per 02 september 2026;
Artikel 5: Alle overtredingen op deze politieverordening worden behandeld conform de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen. Inbreuken zijn onderworpen aan de sancties van huidige politieverordening (Gemeentelijk Administratieve Sancties).
Artikel 6: Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de coördinatie van deze gemeenteraadsbeslissing en opmaak van de gecoördineerde tekst Bijzondere Politieverordening (BPV) Stad Menen.
Artikel 7: Afschrift van deze gemeenteraadsbeslissing tot wijziging van Bijzondere Politieverordening (BPV) zal worden overgemaakt ter kennisgeving aan: