Artikelen 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
In de gemeenteraad van 21 december 2022 werd het reglement van de belasting op het plaatsen van terrassen, kramen, tafels en stoelen, koopwaar en alle andere voorwerpen op het openbaar domein vastgesteld voor de periode van 2023-2025.
De stad Menen heft jaarlijks een belasting op de inname van openbaar domein voor de plaatsing van terrassen bij horecazaken.
Gezien het terrasreglement ook de plaatsing van een winterterras toelaat, wordt ook een aanvullend tarief bepaald voor de plaatsing van een winterterras.
De tijdelijke inname van het openbaar domein ten voordele van de aanpalende privatieve handelsuitbating verantwoordt dat hiervoor een belasting wordt opgelegd, die bepaald wordt door de effectief ingenomen terrasoppervlakte.
Net als alle steden en gemeenten wordt ook stad Menen geconfronteerd met de gevolgen van de torenhoge inflatie. Er is beslist om voortaan de tarieven jaarlijks aan te passen op basis van de reële evolutie van de index. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie, budgetrekening 7360800 (MAR).
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 3 december 2025.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het reglement "Belasting op het plaatsen van terrassen, kramen, tafels en stoelen, koopwaar en alle andere voorwerpen op het openbaar domein" goed.
Belasting op het plaatsen van terrassen, kramen, tafels en stoelen, koopwaar en alle andere voorwerpen op het openbaar domein
ARTIKEL 1
Vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op het plaatsen van terrassen, kramen, tafels en stoelen, koopwaar en alle andere voorwerpen op het openbaar domein, tenzij deze ingebruikname het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst.
ARTIKEL 2
De belasting is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein.
ARTIKEL 3
De belasting voor het gebruik van het voetpad of andere delen van de openbare weg wordt, voor de duur van het hele jaar, vastgesteld als volgt:
Elk gedeelte van een meter of vierkante meter wordt voor een volle meter of vierkante meter aangerekend.
De minimum aanslag per ingebruikname wordt vastgesteld op 25,00 euro.
De tarieven, vermeld in artikel 3, worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2013). Ze worden op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens de formule:
R x I/i
waarbij
R = tarief zoals goedgekeurd in dit reglement
I = index van de maand december van het voorgaande jaar
i = index van de maand december 2025 (basis 2013)
De eerste herziening zal gebeuren op 1 januari 2027.
Het college van Burgemeester en Schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent:
ARTIKEL 4
Een afgevaardigde van het stadsbestuur zal de opmetingen nagaan.
ARTIKEL 5
Het bedrag van de belasting mag ingekohierd worden vanaf de dag van het plaatsen.
ARTIKEL 6
De belastingplichtige is gehouden aangifte te doen bij het gemeentebestuur binnen de door het gemeentebestuur vastgestelde termijn.
Wanneer het gemeentebestuur de aangifteverplichting schriftelijk meedeelt, geldt als uiterste datum voor het indienen van de aangifte:
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
De terrassen die vergund zijn, zijn vrijgesteld van aangifteplicht.
ARTIKEL 7
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50%. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
ARTIKEL 8
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
ARTIKEL 9
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bij niet-tijdige betaling van de belasting wordt een eerste aanmaning kosteloos verstuurd. Voor de tweede (al dan niet aangetekende) aanmaning wordt een administratieve kost van 20,00 euro aangerekend. Bij niet-tijdige betaling van de tweede aanmaning wordt de invorderingsprocedure verder gezet door middel van een dwangbevel.
ARTIKEL 10
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
ARTIKEL 11
Onderhavig reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.
ARTIKEL 12
Afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.