Artikelen 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
In de gemeenteraad van 18 december 2019 werd de indirecte belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig vastgesteld voor de periode 2020-2025.
De vernieuwing van het reglement is noodzakelijk om deze belasting verder te kunnen innen.
De bepalingen van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken inzake kosten komen in alle gevallen ten laste van de Staat.
De noodzaak bestaat om de gemaakte kosten te laten vergoeden van het vervoer van bestuurlijk aangehouden personen, dronken personen of personen die gedragingen stelden die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt, wordt overschreden. Dergelijk vervoer verzwaart de werklast van het politiepersoneel aanzienlijk waardoor andere taken in het gedrang kunnen komen, o.a. aanwezigheid in de straat die van groot belang is om het veiligheidsgevoel van de burger te ondersteunen.
Net als alle steden en gemeenten wordt ook stad Menen geconfronteerd met de gevolgen van de torenhoge inflatie. Er is beslist om voortaan de tarieven jaarlijks aan te passen op basis van de reële evolutie van de index. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie, budgetrekening 7312000 (MAR).
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 3 december 2025.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het reglement "indirecte belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig" goed.
Indirecte belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig
ARTIKEL 1
Vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een indirecte belasting geheven op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens:
ARTIKEL 2
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt begrepen onder:
ARTIKEL 3
De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 150,00 euro per rit en per vervoerde persoon. Dit bedrag is ondeelbaar en voor elk belastbaar feit verschuldigd.
Het tarief, vermeld in artikel 3, wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2013). Het wordt op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens de formule:
R x I/i
waarbij
R = tarief zoals goedgekeurd in dit reglement
I = index van de maand december van het voorgaande jaar
i = index van de maand december 2025 (basis 2013)
De eerste herziening zal gebeuren op 1 januari 2027.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent:
ARTIKEL 4
De belasting is verschuldigd door de vervoerde persoon die de interventie noodzakelijk maakt of door diegene die voor hem burgerlijk verantwoordelijk is. Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft.
ARTIKEL 5
De belasting is niet verschuldigd bij het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
ARTIKEL 6
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
ARTIKEL 7
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bij niet-tijdige betaling van de belasting wordt een eerste aanmaning kosteloos verstuurd. Voor de tweede (al dan niet aangetekende) aanmaning wordt een administratieve kost van 20,00 euro aangerekend. Bij niet-tijdige betaling van de tweede aanmaning wordt de invorderingsprocedure verder gezet door middel van een dwangbevel.
ARTIKEL 8
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
ARTIKEL 9
Onderhavig reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.
ARTIKEL 10
Afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur, alsook aan de korpschef van de lokale politie PZ Grensleie.