Artikelen 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Omzendbrief KB/ABB 2018/4 over de hervorming van het bestuurlijk toezicht en de uitbreiding van de bekendmakingsplicht;
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit;
De bepalingen in het Algemeen Politiereglement en latere wijzigingen;
Gemeenteraadsbeslissing van 18 december 2019 houdende de vaststelling van de belasting op automatische drank- en snoepautomaten;
In de gemeenteraad van 18 december 2019 werd het reglement op automatische drank- en snoepautomaten vastgesteld voor de periode 2020-2025.
De vernieuwing van het reglement is noodzakelijk om deze belasting verder te kunnen innen.
Deze belasting is in hoofdzaak bedoeld om zwerfvuil tegen te gaan, overlast te vermijden en de gezondheid verder te stimuleren.
Net als alle steden en gemeenten wordt ook stad Menen geconfronteerd met de gevolgen van de torenhoge inflatie. Er is beslist om voortaan de tarieven jaarlijks aan te passen op basis van de reële evolutie van de index. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie, budgetrekening 7360600 (MAR).
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 3 december 2025.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het reglement "Belasting op automatische drank- en snoepautomaten" goed.
Belasting op automatische drank- en snoepautomaten.
ARTIKEL 1
Vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op automatische drank- en snoepautomaten die rechtstreeks van op de openbare weg zichtbaar zijn, alsook de automaten die zichtbaar zijn van op de openbare weg maar op privaat domein staan. Toestellen geplaatst in ruimtes zonder bediening of permanent persoonlijk toezicht vallen eveneens onder dit toepassingsgebied.
Als automatisch wordt beschouwd elk apparaat dat een mechanisch, elektrisch of elektronisch onderdeel bevat, dienstig voor het op gang brengen, de werking, of voor de bediening ervan, en waarvan de start veroorzaakt wordt door het inbrengen van een geldstuk, van een penning of door gelijk welk ander middel dat hiervoor in de plaats komt.
ARTIKEL 2
De belasting is hoofdelijk verschuldigd door de houder en de eigenaar van het apparaat. De belasting is voor het gehele jaar verschuldigd, te rekenen met ingang van 1 januari. Zij slaat zowel op de op die datum geplaatste apparaten, als op die apparaten die in de loop van het jaar worden geplaatst. Zelfs wanneer de apparaten voor het einde van het jaar weggenomen worden, blijft de belasting verschuldigd.
ARTIKEL 3
De belasting wordt vastgesteld op 250,00 euro per automaat.
Het tarief, vermeld in artikel 3, wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2013). Het wordt op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens de formule:
R x I/i
waarbij
R = tarief zoals goedgekeurd in dit reglement
I = index van de maand december van het voorgaande jaar
i = index van de maand december 2025 (basis 2013)
De eerste herziening zal gebeuren op 1 januari 2027.
Het college van Burgemeester en Schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent:
ARTIKEL 4
De automatische ontspanningstoestellen onderworpen aan Rijksbelasting zijn vrijgesteld van de belasting.
ARTIKEL 5
De belastingplichtige is gehouden aangifte te doen bij het gemeentebestuur binnen de door het gemeentebestuur vastgestelde termijn.
Wanneer het gemeentebestuur de aangifteverplichting schriftelijk meedeelt, geldt als uiterste datum voor het indienen van de aangifte:
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
ARTIKEL 6
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50%. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
ARTIKEL 7
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
ARTIKEL 8
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bij niet tijdige betaling van de belasting wordt een eerste aanmaning kosteloos verstuurd. Voor de tweede (al dan niet aangetekende) aanmaning wordt een administratieve kost van 20,00 euro aangerekend. Bij niet tijdige betaling van de tweede aanmaning wordt de invorderingsprocedure verder gezet door middel van een dwangbevel.
ARTIKEL 9
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
ARTIKEL 10
Onderhavig reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.
ARTIKEL 11
Afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.