Artikelen 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
In de gemeenteraad van 18 december 2019 werd de contantbelasting op staangelden op openbare markten en privaat gebruik van de openbare weg voor ambulante handel vastgesteld voor de periode 2020-2025.
De vernieuwing van het reglement is noodzakelijk om deze belasting verder te kunnen innen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie, budgetrekening 7360000 (MAR).
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 3 december 2025.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het reglement "Contantbelasting op staangelden op openbare markten en privaat gebruik van de openbare weg voor ambulante handel" goed.
Contantbelasting op staangelden op openbare markten en privaat gebruik van de openbare weg voor ambulante handel
ARTIKEL 1
Vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een contantbelasting op staangelden op openbare markten en privaat gebruik van de openbare weg voor ambulante handel geheven.
ARTIKEL 2
Het staangeld voor het plaatsnemen op de openbare markten wordt als volgt vastgesteld:
ARTIKEL 3
De houders van een abonnement voor een vaste standplaats op de openbare markt ontvangen daartoe per post een verzoek hun bijdrage te betalen tegen uiterlijk de laatste dag van de maand, voorafgaand aan het semester waarop hun abonnement betrekking heeft, dit door overschrijving of tegen afgifte van een ontvangstbewijs. De prijs per semester van een abonnement omvat 25 staangelden. Ingeval het abonnement wordt verkregen in de loop van het semester, wordt de abonnementsprijs proportioneel berekend voor de duur van het aantal resterende kalendermaanden. Ingeval van opschorting van het abonnement van minstens één maand kan terugbetaling van het abonnementsgeld gebeuren, in overeenstemming met de voorwaarden van opschorting bepaald in het marktreglement.
ARTIKEL 4
Voor het elektriciteitsverbruik wordt per marktdag een afzonderlijke forfaitaire kostprijs aangerekend. De kostprijs hiervan wordt vastgesteld op:
De tarieven, vermeld in artikel 4, worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2013). Ze worden op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens de formule:
R x I/i
waarbij
R = tarief zoals goedgekeurd in dit reglement
I = index van de maand december van het voorgaande jaar
i = index van de maand december 2025 (basis 2013)
De eerste herziening zal gebeuren op 1 januari 2027.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent:
ARTIKEL 5
De contantbelasting voor het privaat gebruik van de openbare weg voor ambulante activiteiten waarvoor een machtiging is vereist, wordt als volgt vastgesteld:
ambulante activiteiten buiten de wekelijkse openbare markten die een standplaats innemen langs de openbare weg: 10,00 euro/dag/5 strekkende meter;
(beperkt toegelaten tussen 15 oktober en 2 november, mits voorafgaande aanvraag aan het college van burgemeester en schepenen)
ambulante handel met consumptie-ijs: 150,00 euro/jaar voor de hele entiteit Menen;
ARTIKEL 6
De contantbelasting wordt geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
De vordering moet uiterlijk betaald worden op vervaldatum. Bij niet-tijdige betaling van de belasting wordt een eerste aanmaning kosteloos verstuurd. Voor de tweede (al dan niet aangetekende) aanmaning wordt een administratieve kost van 20,00 euro aangerekend. Bij niet-tijdige betaling van de tweede aanmaning wordt de invorderingsprocedure verder gezet door middel van een dwangbevel.
ARTIKEL 7
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
ARTIKEL 8
Onderhavig reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.
ARTIKEL 9
Afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.