Artikelen 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet;
Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en latere wijzigingen;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Omzendbrief KB/ABB 2018/4 over de hervorming van het bestuurlijk toezicht en de uitbreiding van de bekendmakingsplicht;
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit;
De bepalingen in het Algemeen Politiereglement en latere wijzigingen;
Gemeenteraadsbeslissing van 18 december 2019 houdende de vaststelling van de belasting op nachtwinkels en de belasting op bedrijven wiens hoofdactiviteit bestaat in het ter beschikking stellen tegen vergoeding van telecommunicatie apparatuur;
In de gemeenteraad van 18 december 2019 werd de belasting op nachtwinkels en de belasting op bedrijven wiens hoofdactiviteit bestaat in het ter beschikking stellen tegen vergoeding van telecommunicatie apparatuur vastgesteld voor de periode 2020-2025.
De vernieuwing van het reglement is noodzakelijk om deze belasting verder te kunnen innen.
Inhoudelijk werden de private bureaus voor telecommunicatie toegevoegd aan dit reglement.
Deze reglementen zijn er gekomen omdat de aanwezigheid van nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie op het grondgebied van onze gemeente aanleiding kan geven tot bijkomende overlast en/of aantasting van de netheid met verhoogde waakzaamheid en inzet van de ordehandhavers en gemeentelijke diensten tot gevolg, wat aanleiding geeft tot bijkomende kosten.
Net als alle steden en gemeenten wordt ook stad Menen geconfronteerd met de gevolgen van de torenhoge inflatie. Er is beslist om voortaan de tarieven jaarlijks aan te passen op basis van de reële evolutie van de index. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie, budgetrekening 7340800 (MAR).
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 3 december 2025.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het reglement "belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie" goed.
Belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie
ARTIKEL 1
Vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt er zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie gelegen op het grondgebied van Menen.
ARTIKEL 2
Nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie zijn gedefinieerd in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening. Private bureaus voor telecommunicatie zijn ook gekend als telefoonwinkels of phoneshops.
ARTIKEL 3
De openingsbelasting is éénmalig verschuldigd en vastgesteld op 6 000,00 euro per nachtwinkel of per privaat bureau voor telecommunicatie. Elke wijziging van uitbating, zoals een overname van het bedrijf of de vestiging van een nieuwe onderneming, wordt beschouwd als een nieuwe handelsactiviteit waarvoor de openingsbelasting verschuldigd is.
De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op 1 750,00 euro per nachtwinkel of per privaat bureau voor telecommunicatie.
De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvang- of de stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is.
De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingsbelasting, of bij gebrek hiervan vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement. Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.
De tarieven, vermeld in artikel 3, worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2013). Ze worden op 1 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de maand december van het voorgaande jaar volgens de formule:
R x I/i
waarbij
R = tarief zoals goedgekeurd in dit reglement
I = index van de maand december van het voorgaande jaar
i = index van de maand december 2025 (basis 2013)
De eerste herziening zal gebeuren op 1 januari 2027.
Het college van Burgemeester en Schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent:
ARTIKEL 4
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de handelszaak. De eigenaar van de handelszaak en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt uitgeoefend, zijn samen met de belastingplichtige hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
ARTIKEL 5
Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het stadsbestuur.
ARTIKEL 6
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
ARTIKEL 7
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bij niet-tijdige betaling van de belasting wordt een eerste aanmaning kosteloos verstuurd. Voor de tweede (al dan niet aangetekende) aanmaning wordt een administratieve kost van 20,00 euro aangerekend. Bij niet-tijdige betaling van de tweede aanmaning wordt de invorderingsprocedure verder gezet door middel van een dwangbevel.
ARTIKEL 8
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
ARTIKEL 9
Onderhavig reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.
ARTIKEL 10
Afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.